CD Reviews  oktober 2004

 Laatste update: 15-04-2007

Loomer - "Love Is A Dull Instrument" ****

Om het hoofd te kunnen bieden aan de steeds maar grotere hoeveelheid cd's die ik toegestuurd krijg om te recenseren, heb ik besloten om een nieuwe rubriek in te stellen. Vandaar:

"Shorties"

 

I See Hawks in L.A. - "Grapevine" ***

 

Michael Carpenter - "Rolling Ball" (Laughing Outlaw Records/Bertus) *** . Komt uit op 6 spetember 2004

Ik keek echt uit naar "Rolling Ball", de nieuwste van de Australische artiest Michael Carpenter. Immers zijn vorige CD "Kings RDWorks" uit 2003, uitgebracht onder de naam Michael Carpenter & Kings RD, vond ik zeker een memorabel schijfje. Maar het schijnt dat het deze keer niet goed komt tussen Michael & mij.  Op zijn vijfde album in evenzoveel jaar, deze keer. opgenomen zonder de leden van KingsRd, vinden we toch dezelfde (power)-pop - met af en toe een uitstapje naar country - terug van zijn succesvolle en gewaardeerde voorganger; met liedjes die refereren aan de tijdloze muziek van Crowded House, Squeeze of Tom Petty. Niet dat het album onplezierig overkomt, dat zeker niet, nummers als de titelsong "Rolling Ball", "Emily Says" en "Nothing at All" kunnen we categoriseren als plezierig en vallen ook zeker op, maar niet zodanig dat ik ze over twee maanden nog zou herkennen. "Rolling Ball" beklijft dus niet echt, vandaar een magere drie sterren. (www.mcarp.com)

Kevin Montgomery - "2:30am" ***½

 

V/A - "Touch My Heart": A Tribute to Johnny Paycheck *** (Sugar Hill Records). Komt uit op 10 augustus 2004

Niet al te bijzondere tribute plaat voor countrylegende Johnny Paycheck met Robbie Fulks in de rol van meester-producer. Het meest bijzondere aan deze tribute is het bijgeleverde boekje met daarin een ruim achtergrondverhaal over Paycheck van de hand van No Depression schrijver David Cantwell. Maar daarvoor zal je deze door Sugar Hill uitgebrachte CD waarschijnlijk niet aanschaffen. Nee, dan moet je vallen  voor de meestal authentieke country en honky-tonk op "Touch My Heart" Er is hier weinig alternatiefs onder de zon, ondanks de aanwezigheid van klinkende namen als Dave Alvin, Bobby Bare Jr., Neko Case, Marshall Crenshaw, Jim Lauderdale, Jeff Tweedy, Hank Williams III en Robbie Fulks zelf. Natuurlijk zijn de stemmen van Alvin, Case en Bobby Bare Jr. altijd het beluisteren waard, maar ook die hebben we wel eens beter gehoord. De 'bottleneck" zit waarschijnlijk in de traditionele ingestelde 'huisband' met Dennis Crouch (bass), Gerald Dowd (drums), Lloyd Green (pedal steel), Hank Singer (fiddler & mandoline), Joe terry (piano) en Redd Volkaert (elektrische en akoestische gitaar), die zich niet vaak buiten de originele versies waagt. Opvallendste tracks: "Touch My Heart" van Mavis Staples, "I'm The Only Hell My Mama Ever Raised" van Hank Williams III, die klinkt als zijn grootvader, en "Motel Time Again" van Bobby Bare Jr. ,wiens vader overigens ook nog op de plaat meedoet. Daarentegen wordt superklassieker "Apartment #9" vakkundig om zeep geholpen door Johnny Bush. Een lichte tegenvaller.

Maurice Mattei - "Ring of Smoke" **½

 

Thomas Denver Jonsson & The September Sunrise - "First In Line EP" ***½ (Kite Recordings, juli 2004)

EP met vijf nummers van aankomende Zeeds fenomeen. Te zien als een goede introductie van het werk van deze singer-songwriter die ons eerder verraste met het debuut "Hope To Her" Kopers van dat laatste album moeten het op "First in Line" doen met maar twee nieuwe nummers: "The City And The Outside World" en "Stranger At Ease". De aandacht gaat toch vooral uit naar het titelnummer dat twee keer voorkomt op de EP, eerst in de reguliere albumversie met Damien Jurado op harmonica en als tweede als zeer breekbaar live-duet met Rosie Thomas. "24 Seven", bekend van "Hope To Her" maakt het vijftal compleet. Al met al een prima introductie voor diegenen die onbekend zijn met TDJ Mocht je Neil Young, Gram Parsons en Emmylou Harris tot je favorieten rekenen, dan is dit iets voor jou.

 

R.D. Roth & The Issues - "Fear Not The Breakdown" ****

Geronimo Trevino III & The Geronimo Band- "Loves' Lost & Found" (Half Breed Records) *

Er valt niet altijd aan te ontkomen, maar soms krijg je een product toegestuurd, waar je nu niet direct achter kan gestaan en dit schijfje is er zo een. "Loves' Lost & Found" is het debuut van een zanger die luistert naar de exotische naam Geronimo Trevino III. De plaat bevat pure zwijmelcountry en wat Tejano ("Miras Las Palomas") van het type waarvan mijn haren overeind gaan staan - type foute Willie Nelson songs. Onder de liedjes een aantal covers, o.a. van Peter Rowan, Hal Ketcum, Johnny Simonson, Willie Nelson en Johnny Cash/Roy Cash Jr. Voor deze muziek zal zeker in de honky-tonks en dance-halls in Texas een markt zijn, maar is aan mij niet besteed.  www.gerominotrevino.com

 

Kenny Butterill - "Just a Songwriter" ***½

 

Mutual Admiration Society - "Mutual Admiration Society" ** (Sugar Hill Records) 13-07-2004

De voortekenen waren vooraf goed: interessant samenwerkingsproject tussen bluegrass topgroep Nickel Creek en Glen Phillips van voorheen leuke popgroep met de vreemde naam Toad The Wet Sprocket, waarbij de productie gedaan werd door niemand minder dan langzamerhand topproducer Ethan Johns. Namen waar je u tegen zegt. Vergelijkbare samenwerkingsverbanden leidden immers tot verrassende en zeer goede eindproducten, lees: Steve Earle & Del McCoury Band, Cracker & Leftover Salmon en Jim Lauerdale & Donna The Buffalo.

Het resultaat op MAS is echter zeer tegenvallend. OK, er wordt zeer gedegen gemusiceerd en wat verwacht je ook anders van het drietal van Nickel Creek, maar dit schijfje ontbeert elke vorm van spanning. Het bevat een vorm van akoestische pop en kamermuziek die zo rustig doorkabbelt en zo beantwoordt aan het het 'NCRV-gevoel' dat ik er moeilijk enthousiast over kan geraken. De uitzondering geldt echter voor liedje 2, "Sake Of The World", dat vreemd genoeg door zijn afwijkende Crowded House-sound wel degelijk hitpotentie bevat, iets dat duidelijk niet voor de rest van de CD geldt. Voor soortgelijkende muziek die veel beter uit de verf komt dan het product van deze tijdelijke samenwerking dient men op zoek te gaan naar het obscure Australische My Friend The Chocalate Cake; waarbij we dan ook gelijk bij de overtreffende trap van vreemde groepsnamen zijn aangeland.( www.mutual-admiration-society.com )

Cary Hudson - "Cool Breeze" ****

 

The Carburetors - "Y'all Don't Tell My Mama I Was Here" *** (Chicken Fried Music)

Eerlijk gezegd had ik bij deze cd een hoesfoto verwacht van de bandleden rond de opengemaakte motorkap van het racemonster uit de "Dukes of Hazzard". Maar helaas, dat mag niet zo zijn. Maar wie zijn de Carburetors dan wel en hoe klinken ze? Om deze vraag te beantwoorden dient men de website van de band te bezoeken (let op www.thecarburetors.net en niet die met extensie .com), alwaar men  verwelkomd wordt op een in North Carolina gevestigd autokerkhof en waar de bandleden Jay Goree, Mark Warwick, Duke Domingue en Billy Munoz je confronteren met een uitspraak van Harlin Howard: "Country music ain't nothin' more than three chords and the truth”. En eerlijk gezegd zo klinkt de cd ook: goudeerlijk en recht voor zijn raap!. Verwacht van The Carburetors geen technische hoogstandjes, maar rauwe en simpele honky-tonk, rock-a-billy, bluegrass, folk en alles wat er tussenin zit. Speelplezier en humor ("That Dog Won't Hunt") staan bij de band hoog in het vaandel en dat de muziek klinkt alsof het direct in een take op band gezet is en dat men niet echt kan zingen, dat mag de pret niet drukken. Pretentieloos vermaak, maar wel leuk!

Demolition String Band - "Where The Wild, Wild Flowers Grow: The Songs of Ola Belle Reed" ***

 

Gabriek Minnikin - "Hard Feelings" (eigen beheer via gabeminnikin.com ) ***½

De naam Gabriel Minnikin zal waarschijnlijk niemand wat zeggen; de naam The Guthries misschien wel. Gabe & Ruth Minnikin maakten deel uit van deze Canadese band die met "Off Windmill" (2000) en "The Guthries" (2002) twee albums uitbracht. Naast het Noord-Amerikaanse thuisland liet de band alleen in het Verenigd Koninkrijk een marginale indruk achter en het was daarom niet vreemd dat de band in 2003 ophield te bestaan. Gabe en Ruth Minnikin, broer en zus, gingen daarna ieder hun eigen weg en hebben nu in 2004 beiden een soloplaat op hun naam staan, waarvan Gabe's "Hard Feelings" de meeste aandacht naar zich toetrekt. Het eerste wat aan deze cd opvalt is de extreem diepe en zware stem van Gabe Minnikin, eentje waarbij de vocale bijdragen van een Nick Cave, Robert Forster (WGC) en Brett Sparks (Handsome Family) in het niet vallen. Helemaal zuiver is die stem overigens niet ("Lullaby"). Wat "Hard Feelings" boven het gemiddelde uittrekt is de mooie aanvullende stem van zus Ruth Minnikin in de meeste nummers. Samen kunnen zij een potje breken in titeltrack "Hard Feelings", hoogtepunt "Why" en in "Cloud Ten". Alle twaalf liedjes klinken overigens zeer verzorgd - een pluim voor de productie - met op de juiste plaatsen mooi gespeelde stukjes accordeon, pedal-steel en vioolpartijen ingespeeld door The Seldom Strings. Daardoor is "Hard Feelings", ondanks de wat melancholieke sfeer, een warmklinkende plaat geworden en daarom een aanrader voor liefhebbers van groepen als Tindersticks en Willard Grant Conspiracy.

Wilco - "A Ghost Is Born" ***

 

The Sprague Brothers - "The Savage Sprague Brothers" (Wichita Falls Records) **½

"Early recordings from the vault" luidt de subtitel van dit product van The Sprague Brothers. Al eerder bespraken we "Let the Chicks Fall Where They May" (1999) van de zingende broertjes Frank en Billy Sprague. Toendertijd zaten ze nog bij Hightone Records, nu brengen ze oud materiaal hun opnieuw uit op een piepklein label. Gebleven is die leuke mix van authentieke rock&roll, rockabilly, surfsongs en vroege pop, die klinkt alsof die direct uit het begin van de jaren zestig afkomstig is. Referenties zijn dan ook nu weer The Everly Brothers, vroege Beatles en Jerry Lee Lewis. Productioneel klinkt het alsof het opgenomen is op een viersporenrecorder en waarschijnlijk is dat ook zo. Het grote pluspunt zit ook nu weer in de zang van Frank Sprague, die pech heeft dat hij gewoon in de verkeerde tijd is geboren. Bij de Everly Brothers was hij meer dan welkom geweest.

Jay Farrar - "Stone, Steel & Bright Lights" ****

Michael Reno Harrell - "Closer Home" (Dancing Bear Records/ Ramseur Records) *** -2004

Michael Reno Harrell lijkt met zijn lange, grijze haar en zijn rijzige gestalte zo weg gelopen te zijn uit de filmset van de "Drie Musketiers". In werkelijkheid hebben we hier te maken met een bijna zestiger uit het zuidelijk gedeelte van de Appalachen die uitblinkt in het vertellen van verhalen; want zo moeten wij zijn liedjes op "Closer Home" zien: als verhaaltjes met een kop en een staart, half vertellend, half zingend gebracht door Michael Reno. Dat deze troubadour - het persbericht maakt vergelijkingen als "Andy Griffith with an edge" of "the Appalachian Mark Twain" - op deze cd in ieder geval één geweldig liedje heeft neergezet, opener "Blue Eyed Jane", mag zeker vermeld worden, als ook de hele mooie tweede stem van zijn artistieke maatje Phyllis Tannerfrye op dit nummer en prachtig gitaarspel van ene Jack Lawrence. Voer voor liefhebbers van Slaid Cleaves, Hayseed en vooral Chip Taylor & Carrie Rodriguez zullen we maar zeggen.

Met "Let My Baby Be", "Molly In Killeen", "Sweet Water" en het  waargebeurde "East Kentucky Dream" hebbenwe nog meer leuke liedjes op dit sympatiek overkomende schijfje genoemd. Jammer is alleen dat Michael Reno in "Dixie Breezes" zijn liefde voor het zuiden te ver doordrijft, waarbij het uitmondt in oubolligheid en dat "Catfish Bite" gewoon een onvermelde bewerking van "Tennessee Stud" is. Blijkbaar laat deze wat brave luister-country van de inwoner van North Carolina voldoende indruk achter bij onze Europese radiovrienden om "Closer Home" te waarderen tot een vierde stek in de Euro Americana Chart van juni en misschien hebben ze daarin ook wel gelijk. (www.michaelreno.com) Genre: country, singer-songwriter

Railroad Earth - "The Good Life" ***½

Dana Thompson - "Ox" (eigen beheer, verkrijgbaar via Miles of Music) *** (17-04-2004)

Wie herinnert zich nog de Nederlandse tournee van Robert McCreedy en Bellwether in 2002? In de band van Robert McCreedy verzorgde ene Dana Thompson de tweede stem en speelde op akoestische gitaar. Ook liet deze prettig ogende blondine twee eigen liedjes horen, voordat ex-Volebeats McCreedy het voortouw weer overnam.

Anno 2004 zijn de rollen bij "Ox" omgekeerd; het is Dana Thompson's debuut en wie winden we in haar begeleidingsband? Jawel ene Robert McCreedy als gitarist. Ook andere prominente muzikanten uit de 'Twin Cities scene' (Mineapolis & St.Paul) vonden een plaatsje in haar band: Jimmy Johnson van Bellwether is prominent aanwezig op pedal steel gitaar en ene Mick Wirtz drumt, zingt. Onder de opgeroepen hulpkrachten bevinden zich o.a. Dave Boquist, Jesse Greene, Eric Heywood, Kristen Mooney en Robert Skoro. De laatste speelde bas, piano, orgel, diverse gitaren en verzorgde de productie. 

Al met al mag Dana Noelle Thompson dus niet klagen over zoveel support. Blijft over wat we van de singer-songwriter Thompson zelf kunnen verwachten. Vooral heeft ze de beschikking over een prettige, maar ook breekbare stem met een lichte twang, die het best tot haar recht komt in liedjes die de popkant op gaan. "What Lies Ahead", het vierde nummer van "Ox", is daarom het meest voor kennismaking aan te bevelen. In "Climb Out" is een glansrol weggelegd voor de pedal steel van Jimmy Johnson, waardoor dit country-rock liedje er ook bovenuit steekt. Blijven nog 10 liedjes over, die variëren van singer-songwriter werk tot country-crooners, soms met opzet kaal opgenomen, anders enigszins overgeproduceerd ("Fall") die aardig, maar zeker niet wereldschokkend zijn te noemen. Voorlopig kunnen we daarom Dana Thompson de kwalificatie 'te groot voor servet, maar te klein voor tafellaken' meegeven. ( www.dana-thompson.com ) Genre: americana, alt. country

Melanie Horsnell - "The Adventures Of ..." ***½

 

Lisa O'Kane - "Peace of Mind" (Raisin' Kane Records) ***

Degelijk schijfje van dame die zich beweegt in het americana genre. Om wat specifieker te zijn: O'Kane begeeft zich op het pad waar folk rock, country en bluegrass samen vallen. Als zij "Love me like there's no tomorrow" zingt op de openingstrack van haar tweede cd, moet je dus niet denken dat je met iemand uit het alternatieve circuit te maken hebt. Lisa O'Kane is vet NCRV. Zij staat voor degelijkheid - haar grootste verdienste is, vindt ze zelf, dat ze een goede moeder is voor haar twee dochters - en in dit geval ook voor muzikaal vakmanschap. Aan de andere kant is "Peace of Mind" weer te progressief voor het pop-country klimaat van Nashville. Laten we zeggen dat de opvolger van "Am I Too Blue" prima past in het werelbeeld van Alison Krauss en consorten. Liefhebbers van bovengenoemde bluegrass diva doen zichzelf niet te kort door "Peace of Mind" aan te schaffen. Wel eerst even de laatste twee nummers van de cd beluisteren, want "Sometimes" is lekker en zeer radiovriendelijk en "Highland Ground" mooi Keltisch. ( www.lisaokane.com )

Lori McKenna - "Bittertown" ***½

 

The Avett Brothers - "Mignonette" (Ramseur Records) ***

The Avett Brothers is een trio uit Piedmont uit North Carolina en bestaat, zoals te verwachten valt, uit twee broertjes, t.w. Scott en Seth Avett, als ook Bob Crawford. De broerjes Scott en Avett maken samen muziek sinds 1998; Bob Crawford, op staande bas, voegde zich pas in 2002 aan het duo toe. Om de muziek van The Avett Brothers te omschrijven is het gemakkelijk om een vergelijking met The Hackensaw Boys te maken, met dit verschil dat het instrumentarium van The Avett Brothers zich voornamelijk beperkt tot akoestische gitaar, banjo en akoestische bas. Met bands als de eerder genoemde Hackensaw Boys en Old Crow Medecine Show hebben ze gemeen de ongemeen spannende samensmelting tussen old-time country, bluegrass, pop, folk, honky-tonk, rock 'n' roll en gospel en dat gespeeld met een duidelijke punk-attitude. Lijkt me een leuke band om live te zien, vanwege de energie die er van af lijkt te spatten. Jammer is dat ze dat 'live-gevoel' op "Mignonette", genoemd naar een 19e eeuws jacht dat schipbreuk voor de Afrikaanse kust en waarbij de overlevenden elkaar begonnen op te peuzelen, iets te veel doorvoeren: een betere selectie van het materiaal en wat minder flauwe dialogen tussen de nummers door, had een half sterretje meer opgeleverd. Luister in ieder geval naar het prachtige en ingehouden "Swept Away", dat in verschillende versies op "Mignonette" voorkomt, met een mooie tweede stem van Bonnie Avett Rini op de zogenaamde "Sentimental Version".

Thomas Denver Jonsson - "Hope to Her" ***½

 

Shine Cherries - "Shine Cherries"- EP:30 min.- (Sangre de Pouvenir Records) **½

Shine Cherries is het andere groepje waarvan Jeffrey Richards (zie recensie "Sunday Shoes" van Nels Andrews) deel uit maakt en dat ook uit Albuquerque afkomstig is. Naast Richards, die hier gitaar, banjo, drums en keyboard bespeelt, bestaat Shine Cherries uit zangeres Michelle Collins (ook gitaar), die met haar wat vlakke en kinderlijke stem een groot deel van het groepsgeluid bepaalt en Johnny Cassidy (gitaar, keyboard, basgitaar en achtergrondvocalen). "Onthaast", beter kun je de muziek van Shine Cherris niet omschrijven. Dit is hele luie slow-core van het kaliber van een band als Low of het vroegere Australische The Paradise Motel, maar dan, dankzij de banjo van Richards, met iets meer 'twang'. Muziek die heel goed past bij de flarden mist die ontstaan op een lome middag in de woestijn, als er net een korte regenbui is geweest. Aanrader is "Flight or Flight" (Shine Cherries website)

Barb Waters - "Rosa Duet" ****

 

Nels Andrews - "Sunday Shoes" (Little Kiss Records) ***½

De stad Albuquerque in New Mexico profileert zich steeds meer als muziekcentum. We kenden de stad al als domicilie van The Handsome Family en het bracht ons al de eclatante pop van The Shins, nu kunnen we de naam van Nels Andrews en begeleidingsband The El Paso Eyepatch aan het rijtje toevoegen. Onder die laatste, hoogst interessant klinkende naam vinden we overigens op gitaar Jeffrey Richards, in een vorig muzikaal leven gitarist van Hazeldine en Vic Chesnutt. Andrews zingt zijn liedjes met een prettige, warme en licht hese stem. Liedjes die lijken te zinderen van de warmte van de woestijn en die ook nauwelijks mid-tempo genoemd mogen worden. Bandlid Michelle Collins verzorgt de prettige tweede stem, terwijl er een hoofdrol is weggelegd voor de al eerder genoemde Richards op akoestische gitaar en elektrische banjo. Langzaam kabbelen de songs zo voorbij, met af en toe flarden mandoline, lap- en pedal-steel en trompet op de achtergrond. O ja, Brett Sparks van de Handsome Family speelt ook nog een stukje accordeon mee op het liedje "Jesse's Mom", gespeeld in de beste Jim White traditie,  waarbij we meteen het beste liedje van "Sunday Shoes" hebben genoemd. Al met al goed gespeelde semi-akoestische alt-country en binnenkort verkrijgbaar via Little Kiss Records.

Maura O'Connell - "Don't I Know" ***

 

Randy Thompson - "That's Not Me" (Leaps Recordings/Jackpot Records) ***

Uit het kleine Clifton (200 inw.) in Virginia komt bijna veertiger Randy Thompson met zijn derde cd "That's Not Me". Thompson schreef de meeste nummers van deze plaat toen hij in scheiding lag met zijn vorige vrouw. Het is daarom niet vreemd om de thematiek van de 'verloren liefde' terug te vinden op deze plaat. Op het liedje "That's Not me" weet hij die boodschap ook nog aantrekkelijk te verpakken en wel in een stijl die in de verte iets weg heeft van Chris Knight. Net als Knight zingt Thompson graag over gevoelens en over de gewone zaken des levens. Zo uit het echte leven weggeplukt dus. Jammer is echter dat hij in het begin van de cd te vaak kiest voor honky-tonk en op Bruce Springsteen gelijkende rock en de lekkerste alt-country-achtige stukjes pas tot het laatst bewaart. Daarom zijn voor mij naast het radiovriendelijke "That's Not Me", het van een stevige beat voorziene en huiveringwekkende "Unknown Zone" en het catchy titelnummer het indrukwekkendst.

John Train - "The Sugar Ditch" ****

 

 

 

Tanya Dennis - "Apartment #9" (Paloma Records - CD Baby) **

"If Music ain't got an edge, it's dull" staat er in het cd-boekje van "Pivateer" van Earl Musick en we kunnen de eigenwijze country-funk troubadour uit Texas hierin alleen maar gelijk geven. De cd "Apartment #9" van zangeres en multi-instrumentaliste Tanya Dennis uit Nashville is zo'n schijfje dat aan die beschrijving voldoet. Dit is pure hardcore country voor mensen die ook uit hun dak gaan bij Heather Myles en waarbij het zoeken is naar die scherpe kantjes. Niet dat Tanya Dennis, die voorheen al met "Waterdance" een meer country-blues georiënteerd album maakte, geen goede muzikante is. Nee, er wordt prima gemusiceerd op dit plaatje, maar het is zo vré-se-lijk voorspelbaar. Het is echt zoeken naar iets spannends. Misschien is het te vinden in de blue-eyed country-soul van "Brakin' It", "Ring Around the Moon" of "He Feels Guilty", waarin Tanya's warme, volle stem (H. Myles, Allison Moorer) goed tot haar recht komt, of de vlotte honky-tonk van Gram Parsons song "Luxury Liner"? In ieder geval valt deze muziek niet bij mij in de smaak. Al hoewel? De uitvoering van Johnny Paycheck's klassieker "Apartment #9" is natuurlijk niet verkeerd, alleen al veel beter gedaan door The Blackeyed Susans op "All Souls Alive" uit 1993. (www.tanyadennis.com)

"Korby Lenker - "Bellingham" ***½

 

Earl Musick - "Privateer" **½ (Reload Record Company)

Ingewijden kennen Earl Musick waarschijnlijk als die eigenwijze Texaan die zich al zo'n twintig jaar staande houdt met zijn familiebedrijfje Reload Records, als studiobaas, als producer van o.a. talent John Gomez of als zanger-gitarist van eigen werk zoals "Done Deal" (1999) en nu dan "Privateer". In tegenstelling tot zijn voorganger, die ik als country-funk beschreef,  houdt Musick zich wat meer als schoenmaker aan zijn country leest, hoewel aan uitstapjes naar western swing ("Texas Moon") en blues ("Nothin' Halfway -Henry" en "Bright Amd Shiny Blues") niet voorbij wordt gegaan. Wat blijft is dat Earl Musick zich profileert als een hardwerkende hardcore-country zanger, die met veel gruis op de stembanden zijn liedjes aan de man probeert te brengen. De beste liedjes op "Pivateer" vind je op het einde van de cd, waarbij Earl Musick met afsluiter "Fort Worth" probeert Steve Earle naar de kroon te steken. Vreemd genoeg gaat hem dat nog aardig af ook. Jammer is alleen dat het door Mark Merritt geproduceerde schijfje wat 'dun" klinkt.

Blanche - "If We can't Trust The Doctors ..." ****½

 

 

Denison Witmer - "Philadelphia Songs" *** (Burnt Toast Vinyl /Bad Taste Records).

Derde CD van nu in Philadelphia gevestigde singer-songwriter Denison Witmer. Het schijfje zal door het Zweedse Bad Taste Records op 19 april 2004 in Europa worden uitgebracht. Bij de Rotterdamse platenzaak Velvet Records waren ze al eerder gevallen voor deze 27-jarige jongeling; daar lag de import-Cd al maanden eerder in de schappen. Op "Philadelphia Songs" laat Witmer zich kennen als een kundig observator van de goede en slechte kanten van het leven. Zijn impressies laat hij achter in 9 songs, waarbij hij grotendeels klinkt als een jonge Neil Finn, maar wel eentje die ambient en slow-core tot kunst heeft verheven. Melodieus klinkt het echter wel en liedjes als "24 Turned 25" en "Leaving Philadelpha" zouden zo meekunnen in een tienerfilm over een gebroken relatie. Jammer is wel dat "Philadelphia Songs" met maar ruim 31 minuten door het leven moet gaan, anders had ik de CD met een half sterretje meer gewaardeerd.

(www.denisonwitmer.com - zie ook Americana Europe)

Donal Hinely - "We Built a Fire" ****

 

Patti Witten - "Sycamore Tryst"- *** (2003,  Potent Folk Records/I-Town Records)

Tweede volledige CD van inwoonster van Ithaca in de staat New York (Johnny Dowd terority) wiens muziek niet beter omschreven kan worden als "Lyric-driven acoustic rock and folk-pop". Witten wordt publicitair ondersteund door niemand minder dan Roseanne Cash in de 'liner-notes' en hier en daar werden al vergelijkingen gemaakt met Shawn Colvin en Joni Mitchell en Aimee Mann betreffende haar gepolijste folk-rock en Lucinda Williams betreffende haar teksten en het hele kleine beetje twang in de muziek. Jammer is dat de vlakke stem van Patti Witten hier een beetje de zwakke schakel is, anders zou zij het goed doen in competitie met de ander genoemde namen. Gelukkig wordt Witten op deze CD ondersteund door een solide band, met daarin veel aandacht voor subtiele gitaarwerk van onder andere Rich DePaolo, die ook de productie voor zijn rekening neemt. Sterk is het middendeel van "Sycomore Tryst" met "Admit It", "I Guess That She Left You" en "Nine Days in Texas" als prettig in het gehoor liggende en warm klinkende kwaliteitsnummers. (www.pattiwitten.com)

Paul Brill - "Sisters LP" ***½

 

Steve Owen - "Turlock 2" *** (Ethic Recordings, Shut Eye Records)

Vierde CD van Amerikaanse singer-songwriter die zo eens in de drie à vier jaar een nieuw werkje aflevert. Zijn vorige uit 2000 had als mooie titel " ...like an Atheist  in Nashville" en wat Owen bedoelt met "Turlock 2" maakt me alleen nieuwsgierig wat "Turlock 1" dan  wel inhoudt.  Het schijfje bevat 11 liedjes die in nog geen 35 minuten voorbij komen, waarvan "Alcohol & Power Tools" zelfs twee keer : 1x gekuist en een keer met zoals de Amerikanen altijd verontrust melden: "contains explicit lyrics!". Zo schokkend is dit plaatje echter niet. Termen als aangenaam en voortkabbelend komen bij mij naar boven en waarbij een plusje uitgaat naar zowel Steve Owens' stem, als naar de mooie dobro van Kurt Stevenson. Het geheel wordt zeer ontspannen, bijna laid-back gebracht, net alsof het op mooie zondagmiddag in elkaar is gezet. Leuk zijn wel de teksten van storyteller Steve Owen, waaronder die van "I'm Sorry Jimmi Rodgers", waarbij de schrijver aangeeft treinen eigenlijk te haten, vooral als hij 's ochtends voor de gesloten hefbomen moet te wachten. "Turlock 2" is te verkrijgen via Miles of Music.

Allison Moorer - "The Duel" ***½

 

The Pones - "Dwell *** (verkrijgbaar via CD Baby)

Eersteling van viertal uit Charlotteville in Virginia met voornamelijk akoestisch gespeelde alt. country. Muzikaal gezien zit het goed in elkaar, met ruimte voor de akoestische gitaar, de fiddle, de mandoline en de slide-gitaar. Vreemd genoeg ontbreekt een drummer, maar dit valt nauwelijks op. Tekstueel heeft zanger en gitarist George Riser ook het een en ander in huis. Jammer alleen dat hij zo'n onvaste stem heeft; af en toe zingt hij dan ook ronduit vals. Verder klinken de liedjes lekker eigenwijs en dat bevalt me wel. Ook eigenwijs is de lengte van de CD: bijna 35 minuten en dat voor 12 liedjes. Zie ook de website van The Pones.

Sam Bush - "King of My World" ***

 

V/A -"Moon Over The Downs" - The Trailer Star Tribute -***½ (Super Tiny Records)

Bijzondere tribute-CD aan het fictieve alter-ego van singer-songwriter, dichter, schilder, docent, criticus en webmaster (Flyin Shoes Review) Shaun Belcher. De opmerkelijke Belcher schreef teksten voor zijn verzonnen held Trailer Star, een geniale zonderling die op te jonge leeftijd komt te overlijden. Belcher's teksten worden op de tribute op bijzondere wijze vertolkt door artiesten uit de UK en de USA, die niet direct tot ieders verbeelding zullen spreken, de bekendste namen zijn: Cicero Buick, Ronny Elliott, Jim Roll, Deanna Varagona en Dan Israel. Mooi zijn de meest akoustisch gespeelde liedjes echter wel en bovendien is de CD ook zeer gevarieerd. Onder de hoogtepunten vinden "Clown's Car" van Jim Roll, "These Sishing Fields" van Bob Cheevers, The Devil's House" van Claudia Scott & Fats Kaplin en "Dusty Trees" van Steve Roberts. Als je dan nog weet dat een groot deel van de opbrengst van deze CD ten goede komt aan de Engelse afdeling voor kankeronderzoek, dan is de aanschaf zeker te rechtvaardigen. Zie voor meer informatie: Flyin' Shoes

The Watchman - "Weep On, Willow" ***½

 

Mike Kindred - "Handstand" - ** - (LoudHouse Records)

Dat er in het Texaanse Austin nog andere muziek gemaakt wordt dan (alt.) country laat sideman en studiomuzikant Mike Kindred horen in "Handstand". Kindred heeft zich door de jaren heen geprofileerd als een hele goede pianospeler, wiens diensten in het verleden op waarde werd geschat door artiesten als Delbert McClinton, Lightin' Hopkins, James Cotton en Joe Ely. Op zijn eerste soloproduct exploreert hij samen met drummer Dexter Walker, onder het motto "Two guys, two days, one room, live" de blues en in het bijzonder de boogie woogie. Wat Mike's handen teweeg brengen op deze CD is zeker bijzonder en zal zeker een liefhebber als Jools Holland zeer aanspreken. Bij mij werkt het eerlijk gezegd wat minder en na het zoveelste 'up tempo' gespeelde boogie woogie stuk zakt de aandacht behoorlijk weg. Voor de liefhebbers!

Sarah Harmer - "All Of Our Names" ***½

 

The Gibson Brothers - "Long Way Back Home" - ***½ (16-03-2004)

Van bluegrass label bij uitstek Sugar Hill Records het zesde album van de broers Eric en Leigh Gibson, die in hun doen en laten wat weg hebben van die beroemde broers die we kennen onder de naam The Louvin Brothers. En inderdaad vind je op "Long Way Back Home" een liedje, "Satan's Jeweled Crown", dat ooit, in 1958 om precies te zijn, op plaat werd gezet door de broertjes Louvin. De uit het noorden van de staat New York afkomstige Gibson Brothers weten echter ook hun weg te vinden in ander repertoire, zelfs als dat buiten de bluegrass valt. Hoogtepunten zijn "Mountain Song", een cover van een Kieran Kane song, het door Leigh Gibson geschreven "Any Man In His Right Mind" en "Alone With You", een Chris Jones-song, waarin de Gibson's hun vocale talenten kunnen etaleren. Al met al goede bluegrass, die het goed zal doen bij de vernieuwers in het genre, maar toch voldoende in zich heeft om ook de 'puristen' aan te spreken.

Paul Edelman and the Jangling Sparrows - "North American & Susquehanna" ***½

 

Terry Allen - "Juarez" *** (Sugar Hill Records)

Suggar Hill Records heeft het voornemen om alle LP's van songwriter/schrijver/kunstenaar Terry Allen opnieuw uit te brengen. In 2003 was "Ameresia"(1984) de eerste en nu is het de beurt aan "Juarez". De oorspronkelijke LP-versie van "Juarez" was het debuut voor Allen en kwam uit in 1974, vergezeld van een serie litho's om het thema van de langspeler te ondersteunen. Dat thema kan gezien  worden als een soundtrack van een imaginaire film over de speciale relatie tussen Texas en Mexico; een soort road-movie, waarbij zelfs moord en achtervolging een rol spelen. De CD-versie, die  twee extra opnamen bevat, zal vanwege zijn spaarzame arrangementen, voornamelijk piano en stem, het meest in de smaak vallen bij liefhebbers van het werk van artiesten als Randy Newman en Tom Waits.

Slaid Cleaves - "Wishbones" ****

 

Bluegrass All Stars - "Sixteen Grand Slams From Sugar Hill Records" - *** (Sugar Hill Records).

Nee, het betreft hier geen all star-band, maar een staalkaart van het aanbod van het bluegrass-label bij uitstek Sugar Hill Records. Spreek je echter over een all-star aanbod,  dan dekt deze vlag wel de lading met namen als: Dan Tyminski, Jerry Douglas, Don Rigsby, Tim O'Brien, Sam Bush, Bill Bryson, Byron Berline, Ron Block, Bryan Sutton, Alan Bibey, Del McCoury, Alison Krauss, J.D.Crowe, Bèla Fleck, Nickel Creek, The Gibson Brothers, The Lonesome River Band en vele, vele anderen. Jammer is wel dat alle tracks al eerder op plaat zijn verschenen en dat er geen sprake is van bijzondere opnamen. Voor de liefhebber dus.

Voor meer informatie: ron@ronsaltcountry.com